25 meter!
Een eik is een boom of struik van het geslacht Quercus, een groep van naar schatting 430 nauw verwante soorten, waarvan de meeste op het noordelijk halfrond voorkomen. De meeste eiken zijn grote bomen van 20–30 meter hoog, gemeten van de grond tot de top van de kroon.
De grootte van een boom wordt meestal weergegeven als zijn hoogte. De hoogte van een eik hangt af van de soort en van de plek waar hij groeit, en sommige soorten zijn kleine struiken. In Europa geeft de Woodland Trust 20–40 meter voor de zomereik. In het oosten van Noord-Amerika beschrijft de U.S. Forest Service de witte eik als vaak 24–30 meter hoog, met een stam met een doorsnede van 91–122 centimeter op borsthoogte.
De plek waar een eik groeit, verandert zowel zijn vorm als zijn hoogte. Een witte eik die vrijstaand groeit, heeft een korte, gedrongen stam en een brede, uitwaaierende kroon. In een bos krijgt hij een hoge, rechte stam met een compacte kroon. De gids van de Forest Service uit 1990 over de witte eik vermeldt individuele bomen tot 46 meter hoog, met stammen met een doorsnede tot 244 centimeter en tot 600 jaar oud.
De vrucht van een eik is de eikel, een noot die in een klein napje zit. Witte eiken dragen meestal eikels op een leeftijd tussen 50 en 200 jaar, maar vrijstaande bomen kunnen al met 20 jaar beginnen. Goede oogsten komen slechts om de 4 tot 10 jaar. In één goed jaar produceerde een enkele witte eik van 69 jaar oud en 21 meter hoog in de Amerikaanse staat Virginia meer dan 23.000 eikels.
De meeste eikels kiemen nooit, omdat dieren zoals gaaien, muizen en eekhoorns ze opeten. Bij witte eiken is soms maar 18% van een oogst gezond, en de rest wordt beschadigd of vernietigd door dieren en insecten. Eikels van witte eiken die het overleven, kiemen kort nadat ze zijn gevallen, in september of oktober.
In het Verenigd Koninkrijk bieden eiken onderdak aan meer dan 2.300 andere soorten, meer dan welke andere inheemse boom ook, volgens de Woodland Trust. In eikenbossen leven honderden soorten insecten, vogels nestelen in gaten en spleten in de schors en vleermuizen slapen in oude spechtenholen.
Mensen waarderen eikenhout al duizenden jaren, voor de bouw, vloeren, wijnvaten en brandhout. Eiken groeien langzaam: een zomereik kan tot 150 jaar nodig hebben voordat hij in de bouw kan worden gebruikt. Tannine uit eikenschors wordt al minstens sinds de Romeinse tijd gebruikt om huiden tot leer te maken.
Veel eiken lopen nu gevaar. Een beoordeling van de eikensoorten van de wereld uit 2020 schatte dat 31% met uitsterven wordt bedreigd. Volgens die beoordeling heeft Mexico de meeste eikensoorten, 164, gevolgd door China met 117 en de Verenigde Staten met 91.