10 micrometer!
Een neveldruppeltje is een van de kleine waterdruppeltjes die als nevel in de lucht hangen. De meeste zijn ongeveer 4 tot 20 micrometer breed, en een typisch druppeltje is ongeveer 10 micrometer, een honderdste van een millimeter. Een micrometer is een duizendste van een millimeter.
Nevel en mist bestaan uit hetzelfde: waterdruppeltjes die zo klein zijn dat ze in de lucht blijven zweven in plaats van te vallen. De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) maakt onderscheid tussen beide aan de hand van hoe ver een waarnemer kan zien. In mist is het zicht op de grond minder dan 1 kilometer, en in nevel is het 1 kilometer of meer. In de praktijk is nevel lichte mist.
Wetenschappers meten de druppeltjes met instrumenten die ze tellen en op grootte sorteren. In 1992 vloog een vliegtuig, in een studie voor NASA en de Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA, naar beneden door mist op vijf plaatsen in de Verenigde Staten. Vlak bij de grond waren de meest voorkomende druppeltjes 4–8 micrometer breed, en hoger in de lucht 12–20 micrometer.
Een studie uit 2022 naar 42 gevallen van mist bij Parijs vond het vaakst druppeltjes van rond de 11 micrometer breed. Bij sommige gevallen was er ook een tweede groep grotere druppeltjes, van rond de 22 micrometer.
Volgens de WMO vormt nevel meestal een dunne, grijzige sluier, terwijl mist een witachtige sluier over het landschap vormt. Wanneer licht door mist schijnt, zijn vaak afzonderlijke druppeltjes met het blote oog te zien, die in wervelingen ronddrijven.
Motregen is anders, want die valt. Motregen is neerslag die bestaat uit zeer fijne druppels, dicht bij elkaar, die uit een lage wolkenlaag vallen. De druppels zijn meestal minder dan 0,5 millimeter breed. De druppels lijken bijna te zweven, zodat zelfs lichte bewegingen van de lucht erin zichtbaar worden.
Nevel ontstaat wanneer vochtige lucht afkoelt tot ze verzadigd is en zoveel waterdamp bevat als ze kan bevatten. Stralingsmist ontstaat wanneer de grond warmte verliest, meestal 's nachts, en de luchtlaag er vlak boven afkoelt. Advectiemist ontstaat wanneer warme, vochtige lucht over een koeler oppervlak trekt, zoals een koude zee.
Elk druppeltje begint op een klein deeltje dat in de lucht zweeft, een aerosoldeeltje, doordat waterdamp erop condenseert. In één geval van mist bij Parijs waren de meest voorkomende aerosoldeeltjes ongeveer 0,4 micrometer breed, en de meest voorkomende druppeltjes ongeveer 11 micrometer. Druppeltjes kunnen ook groeien doordat ze tegen elkaar botsen en samensmelten.